Algemene informatie over de tilsport.
Huisvesting:
De grondregels voor de huisvesting van zowel duiven als doffers zijn dat het verblijf vocht-en tochtvrij is en direct zonlicht en frisse lucht de duivenhuisvesting kunnen bereiken. Deze vestigingen worden over het algemeen duiventillen genoemd waarvan de afmetingen en constructie verschillend kunnen zijn. Doffers worden in donkere hokken gevestigd en duiven in lichthokken. Een standaard duivenhok is 40 bij 40 cm.
Voederen:
Duiven leven over het algemeen van gemengd voer en water. Daarnaast is het wel belangrijk de duif goed te onderhouden en eens in de zoveel tijd een pil te geven tegen alle kwaaltjes, ook vind ik persoonlijk dat er gelet moet worden op veerluis daarvoor is een sprayflesje te koop wat je onder de vleugels kan spuiten dat is de meestvoorkomende plek.
Uitwennen:
Het uitwennen van nieuwe duiven blijft een riskante onderneming, die van de liefhebber de nodige moed en beheersing vergt. Zijn de nieuwelingen in het najaar aangeschaft dan zijn de duiven van nature kalm en niet te heftig van aard en zal de uitwenperiode van tenminste 2 weken de dag aanbreken dat de duiven het luchtruim mogen kiezen! Ook voor het begin van het fokseizoen zijn duiven vrij gemakkelijk uit te wennen aan een nieuwe omgeving. Maar voordat je een doffer opentrekt raad ik men aan hem eerst goed te paren met een duif zodat hij een reden heeft om terug te komen, bij het uitwennen van een duif raad ik men aan hem samen met haar doffer open te trekken zodat de doffer de duif naar huis brengt, dit is zijn taak!
Geslachtsbepaling:
Geslachtbepaling bij jonge duiven is erg moeilijk, je kunt kijken naar de erfelijkheid van de kleuren maar dit zegt ook niet altijd alles, het enigste is kijk goed naar je duiven. Aan de lichaamsbouw kan je bepalen of het een doffer is of een duif. Jonge doffers zijn meestal aanvalslustige en zullen erg verdedigend zijn qua terrein en/of zitplaats. Jonge doffers zweven in de lucht meer op hun vleugels en klappen vaak met hun wieken, jonge duiven hebben ook een minder grote krop dan een jonge doffer maar ook dit is niet altijd het geval. Als ze een half jaar oud zijn dan gaan ze steeds heen en weer, of zelfs om hun as draaien, duivinnen koeren echter ook zonder het aanhoudende lange rollen in lage tonen zoals doffers dat doen en draaien ook niet om hun as. Duivinnen lopen met trippelende pasjes en uitgebreide staart en buigend kopje. Bij volwassen duiven is het meestal te zien aan het gedrag van de duif en aan het koppie, een duif heeft een plak koppie en een doffer een wat rondere.
Rui:
Bij duiven geschied de rui niet spontaan maar heel geleidelijk. De rui van slag-en mantelpennen neemt ongeveer 170 dagen in beslag, daarna de staartrui die duurt circa 2 maanden. Jonge duiven beginnen op de leeftijd van 6 weken te ruien. Bij volwassen duiven begint de rui voor de zomer als het lenteweer begint en na de zomer als het herfstweer begint. De rui is geen ziekte toestand zoals veel duivenmelkers denken maar een gezondheidsregulatie, waar alleen kerngezonde duiven bij normale voedering tegen opgewassen zijn want met de rui is een grote stofwisseling in het lichaam en een onvoorstelbaar groot verbruik van opbouwstoffen verbonden.
Vererving:
Kleurvererving is een factor die moeilijk te bepalen is, er zijn kleuren zoals blauw en zwart die meestal domineren tegen een kleur zoals wit en oliebonte en rode kleuren.
© Copyright tilduivenlaakkwartier.com 2005